Lima, Peru

Een dikke teen, drijvende eilanden, wonderlijk Machu Picchu en een droevig tot ziens

5 februari 2013 - Lima, Peru

Een dikke teen
De laatste dag is nooit leuk. Ik heb eigenlijk ook niet veel zin om deze laatste blogpost te schrijven. Door terug te denken aan de leuke momenten van de afgelopen drie weken, krijg ik nog meer tegenzin in de vlucht naar huis zometeen.

Dat Zuid Amerika wel graag wil dat ik vertrek, werd vanochtend duidelijk. Op straat begonnen twee mannen een aggressieve scheldpartij vlak voor mijn neus. In de gaten houdend of ze niet gingen vechten, probeerde ik er om heen te lopen. Alleen keek ik even niet naar beneden en ging ik falikant op m´n plaat toen ik half de stoep afliep en m´n slipper uitschiet. De ruziënde mannen gunden me niet eens een blik waardig terwijl ik verdaasd op de grond lag. Geen ernstige blessures, maar m´n kleine teen was flink ontveld en bloede aardig. Strompelend ging ik naar het dichtstbijzijnde Hotel, alwaar de receptioniste de gehele staff optrommelde om mij eerste hulp te geven. Drie mensen begonnen me tegelijk te helpen, alsof ik net een slagaderlijke bloeding had gehad. Nu zit ik hier achter de computer, met m´n roze Havaianna´s, met een dikke ingepakte teen en moet ik wel een beetje om mezelf lachen gelukkig. 

Maar de hint is duidelijk Peru, ik moet er vandoor! Voordat ik de taxi pak naar het vliegveld nog even een kleine terugblik op de afgelopen weken.

Meeting Conny
Tijdens de tweede dag van de fameuze beklimming (zie vorige blog), kwam ik voor de tweede keer deze reis een Zwitsers meisje tegen. In de zoutvlaktes, twee weken daarvoor, zat zij met haar vriendin in dezelfde toergroep als ik. Nadat we terug waren in La Paz, besloten we een drankje te doen. In een schimmige karaoke bar gaven we een onvergetelijke (slechte) performance van ´With or Without you´ en ´Last Chrismas´. Omdat het goed klikte en we dezelfde kant op gingen, richting Machu Pîcchu, besloten we samen te reizen. Zo kwam het dat ik de laatste drie weken een super gezellig reisgenootje had.

Conny en ik op één van de laatste dagen aan het strand



Samen reizen geeft de reis een heel andere dynamiek. Het is veel prettiger om dingen samen te regelen, dan elke keer in je eentje alles uit te zoeken. Deze afwisseling beviel me goed! 

Van La Paz gingen we met de bus naar Copacabana, wat anders dan de naam doet vermoeden niet het Braziliaanse strand in Rio is. Copacabana is een klein toeristisch plaatsje aan het Titicaca meer, het hoogst gelegen meer ter wereld. Het Titicaca meer is een must see volgens alle gidsen en medereizigers. Maar eenmaal aangekomen daar viel me gelijk op dat een meer op bijna 4000 meter hoogte een zelfde meer is als op 100 meter hoogte. Zo bijzonder was het niet. 

Uitzicht op de baai van Copacabana

Het Isla del Sol viel me ook een beetje tegen. Dit eiland dat de Inca´s voor religieuze doeleinden gebruikten had niet zo heel veel te bieden wat mij betreft. Het hielp ook niet dat ik net ziek geworden was en liep te hoesten en snotteren als een geit. 

Van Copacabana gingen we vrij snel door naar Puno. Puno legt net over de grens met Peru. Vanuit Puno bezochten we de fameuze drijvende eilanden. Deze eilanden werden honderden jaren geleden gecreëerd door een bevolkingsgroep die op de vlucht was voor de Inca´s. Midden in het Titicaca meer creëerden ze drijvende eilanden van riet. De eilandbewoners waren zeer commercieel en gehaaid. Toerisme leek hun primaire bron van inkomsten te zijn. Desalniettemin was het bijzonder om rond te lopen op een eiland van riet.

Langzamerhand kwamen we dichter bij ons doel: de oude stad Cusco. Vanuit Cusco heb je verschillende mogelijkheden om naar Machu Picchu te gaan. Naar Machu Picchu kijk ik al sinds het begin van mijn reis erg naar uit. Dat dit meer dan terecht was, bleek later.

Cusco & Machu Picchu

Cusco (of Cuzco) was eindelijk weer een echt mooie stad. Door de Spanjaarden in de 16 en 17e eeuw geheel in Coloniale stijl herbouwd, was het echt genieten om hier rond te lopen. Ontzettend sfeervol. Grote statige kerken geven de pleinen een grandeur. De rest van de stad bestaat uit schattige steegjes, die soms erg stijl omhoog lopen (zoals die naar ons Loki Hostel). 

De kathedraal van Cusco


 

Na flink wat rondgeshop voor de beste deal voor onze Machu Picchu trip kwamen we uit bij een kleine agency. Voor 195 dollar konden we de Jungle trek naar Machu Picchu doen. De echte Inca trail kost ter vergelijking 500 dollar. De volgende dag vertrokken we meteen.

On the way to Machu Picchu
De eerste dag bestond alleen uit fietsen. Vanaf 4300 meter daalden we binnen 3 uur af naar 1000 meter. Omdat ik eerder al de Deathroad had gedaan, was dit betrekkelijk saai. Goed geasfalteerde wegen en een gids die het vooral rustig aan wilde doen. 

De volgende dag was het zwaarste. Een wandeltocht van 8 uur door de bergen richting het kleine dorpje Santa Maria. Na een redelijke maaltijd gingen we rond een uur of 10 naar bed om goed uitgerust te beginnen. Om een uur of 1 werd ik wakker met een gevoel dat ik maar al te goed herkende. Oh nee, dit was foute boel. M´n maag draaide zich drie keer om en ik wist al wat er ging gebeuren. Ik probeerde het te negeren, maar kwam niet meer in slaap. Om 6 uur was het dan eindelijk zo ver en verliet mijn maaltijd mijn lichaam via dezelfde weg waarlangs hij naar binnen gekomen was. Wanneer ik overgeef, kan ik dat niet stil doen op de één of andere manier en al snel was iedereen wakker. 

Eigenwijs probeerde ik nog mee te gaan met de wandeltocht, maar na een uur was ik helemaal ziek, zwak en misselijk. Ik dacht terug aan de bergbeklimming en wist dat ik dit desnoods wel kon halen, maar hoe zou ik me dan de rest van de tijd voelen? Ik besloot een taxi te nemen naar het volgende dorp en sliep van 11 uur tot 4 uur ´s middags en voelde me al veel beter.

De volgende dag, dag 3, begonnen we met een kabelbaan, ook wel ziplining genoemd. Kabels gespannen over de vallei, waar je aan een lullig harnasje geklonken werd om zo met hulp van de zwaartekracht de oversteek te wagen. Het leek me niet spannend, maar toen ik zag hoe hoog we boven de grond zaten, kreeg ik het toch even benauwd. Na de eerste rit viel dat gevoel weg. Dit was kicken! 

De fles spablauw gaf me een sexy zwangere buik



De rest van de dag bestond wederom uit een wandeltocht van 4 uur, naar de duurste stad van Peru, Aquas Calientes. 

Alles in Aquas Calienties is duur. Alleen bereikbaar per trein en op een uurtje wandelen (of 20 minuten met de bus) van Machu Picchu gelegen was dit de ultieme toeristenstad. Luxe hotels, dure restaurants en schimmige toeristenwinkels domineren het straatbeeld van deze stad. Een fles water kost al snel drie keer zoveel als in Cusco. 

Wil je de bus naar Machu Pichu nemen, dan betaal je je ook blauw. 10 dollar voor een enkeltje (ongeveer 10 keer zo duur als de rest van Peru). Wil je de trein nemen richting Cusco, dan betaal je makkelijk 60 dollar voor een enkeltje. Bizar. De locals zitten in een ander treinstel en betalen 5 dollar. Toeristenuitbuiting pur sang. Maar laat ik daar niet teveel bij stil staan..

Machu Pichu
Ik voelde me weer stukken beter en dat was nodig ook. De laatste dag begonnen we de beklimming van Machu Picchu om 4.30 ´s nachts. Waarom zo vroeg? Geen ziel die het weet. De zonsopgang haal je niet en rustig is het ook niet, omdat iedereen zo vroeg vertrekt. De wandeltocht voert je een uur lang vrij stijl omhoog. Iedereen had het zwaar en kwam meer dood dan levend boven. Ik voelde me goed en was als eerste van onze groep boven. 

En dan... vanuit de mist opeens boven op de berg verschijnt Machu Picchu. Niet dat ik kippenvel had, maar het voelde wel heel bijzonder. Machu Picchu, de enige Inca stad die de Spanjaarden niet gevonden hadden, de stad die 450 jaar lang vergeten was en elk jaar iets meer verwoekerd werd door het bos. De grootsheid en mysterieusheid straalden er vanaf. De meeste gebouwen zijn op het dak na nog compleet en met de beschrijving van de gids kreeg je een helder beeld van hoe Machu Picchu functioneerde. Het was briljant en ik wilde niets anders dan heel de dag rondlopen. 

Foto´s zeggen meer dan woorden

De grote berg die aan de rechterkant in de mist gehuld is, is Wayna Picchu. Die we later zouden beklimmen

Hier zie je goed de bouwstijl van de Inca´s. Ze gebruikten geen cement of voegen, maar alleen stenen die in hun natuurlijke vorm goed op elkaar pasten. Meer dan 550 staat dit bouwwerk er al, meerdere flinke aardbeving overlevend.

 

Conny en ik hadden ook nog een kaartje voor Wayna Picchu, een berg naast Machu Picchu. Dit betekende weer een uur stijl omhoog door angstig smalle en listige paadjes. Als het regende was dit echt gevaarlijk! Nog meer dood dan levend kwamen we boven op Wayna Picchu en opnieuw was het uitzicht ontzettend indrukwekkend. 

Het uitzicht vanaf Wayna Picchu. In het klein onderin zie je Machu Picchu

 

Machu Picchu was een onvergetelijke ervaring en absoluut één van de hoogtepunten van de reis. Als ik m´n ogen dicht doe zie ik Machu Picchu nog precies voor me (of komt dat omdat ik net naar de foto´s heb zitten kijken.. ;)). Ben je in Zuid Amerika, zorg dan echt dat je naar Machu Picchu gaat. Het zal je verwachting (en de hype!) overtreffen.

Eindelijk, het strand
Via Cusco gingen we naar Arequipa, de 2e of 3e stad van Peru, met bijna 2 miljoen inwoners. Conny en ik hadden wat discussie over onze plannen. Ik was nu echt blut en leefde inmiddels op het geld van de bank. Conny wilde graag de Colca Canyon zien, maar dat was al met al een duur tripje. Ik wilde mijn laatste dagen vooral chillend en rustig doorbrengen. Gelukkig kon ik Conny overtuigen en gingen we via Arequipa naar Mejia, een klein kustplaatsje. 

Dit bleek een geweldige keuze. Eenmaal in Mejia aangekomen werd ik op het strand aangesproken door een strandwacht: ´Ben je een toerist?´ vroeg hij. Ik antwoorde naar waarheid. Waarop hij lachend zei dat dat leuk was, omdat we pas de derde niet Peruaanse toeristen waren die dag. Kortom, we hadden eindelijk een stadje gevonden dat de andere Backpackers nog niet kenden. Het staat ook immers niet in de Lonely Planet... 

Mejia was precies wat ik nodig had. Een verlaten pleintje, met twee schattige taartenrestaurantjes (shit, ik krijg gelijk weer honger als ik erover schrijf) en een klein strandje met 1 strandtent. 

Een kunstig gebakje in taartenwinkel ´Suss´

 

De gekleurde huisjes, het hout, de verlaten straatje.. I love Mejia

Het strandje in Mejia

De Cocktails van meestercocktailbrouwer ´Edison´ zorgden ervoor dat we af en toe niet meer onszelf waren

 

In de strandtent leerden we de Peruaan Edison, 22, kennen. Hij maakte gedurende twee dagen heerlijke cocktails, waarvan vooral de Maracujito (een mix van een Mojito met passievrucht) een topper was. Die avond wilde hij ons meenemen naar de lokale discotheek. Daar aangekomen waren de lichten uit en was er geen muziek: we waren de eerste klanten! Uiteindelijk bleek er ook niemand meer te komen dan onszelf en hielden we het bij een biertje. 

Het water was fris, de golven waren hoog en ik had geen zwembroek. Toch wilde ik even het water voelen aan deze kant van de wereld.


Mijn bus naar Lima vertrok vanuit Arequipa, wat betekende dag we terug moesten. De laatste avond in Arequipa maakten we er een feestje van. Luxe uit eten, waarna we de avond eindigden dansend tussen de Peruanen in een club. Gelukkig katerloos namen Conny en ik de volgende dag afscheid. Gek, na drie weken zo intensief samen te reizen was het lastig om tot ziens te zeggen. Maar Conny heeft me overtuigd dat Zürich een leuke stad om te bezoeken is....

Over ruim een uur ga ik een taxi nemen naar het vliegveld en dan is dit avontuur echt voorbij. Bedankt voor iedereen die mijn lange verhalen elke keer weer gelezen heeft en bedankt aan iedereen die via e-mail, whatsapp of facebook naar mijn enthousiaste verhalen heeft willen luisteren! Tot het volgende avontuur!

 

Foto’s

  1. Lima
  2. Lima
  3. Lima
  4. Arequipa

2 Reacties

  1. Lisa:
    6 februari 2013
    Haha. Hoezo had je geen zwembroek?!
  2. Jeanine:
    6 februari 2013
    Vet Tim! En ondertussen denk ik welkom thuis alweer?! Benieuwd naar alle extra verhalen, genoeg voor een lifetime denk ik! X